Regulering omtrent mini-warmtenetten
Dit stappenplan richt zich bewust op kleinschalige netten met 2 tot 10 aansluitingen. In deze setting geldt geen leveringsverbod voor warmte, en is er geen ontheffing of gemeentelijke aanwijzing vereist. Ook vindt er geen actieve toetsing door de ACM plaats. De wet stelt echter wel enkele eisen, zoals: (1) de kostenbasis voor tarieven (art. 7.22), (2) verplichte informatie op de factuur (art. 2.36), en (3) het baseren van verbruikskosten op gemeten verbruik (art. 2.40 t/m 2.42). In de praktijk grijpt de ACM alleen in bij klachten van verbruikers. Hierdoor is de administratieve last beperkt en biedt deze situatie de meeste ruimte voor eenvoudige vormen van zelfbeheer.
Drie situaties die van toepassing kunnen zijn bij mini- en kleinschalige warmtenetten onder de Wcw

Verschillende organisatiestructuren
In deze stap kijk je welke juridische en organisatorische vorm het beste past bij het initiatief en hoe je ervoor zorgt dat het mini-warmtenet niet alleen goed van start gaat, maar ook op de lange termijn blijft functioneren. Deze keuzes hebben invloed op hoe bewoners samenwerken, hoe financiering en eigendom worden geregeld en hoe het warmtenet beheerd wordt.
Er zijn verschillende structuren mogelijk en deze zijn afhankelijk van de mate van eigenaarschap van het mini-warmtenet. Ben je zelf eigenaar, word je ondersteund door een lokale energiecoöperatie of is een marktpartij beheerder?
De keuze voor de juiste rechtsvorm bij een mini-warmtenet (2-10 aansluitingen) hangt af van verschillende factoren. Hieronder een overzicht van de meest geschikte rechtsvormen en hun voor- en nadelen.
Coöperatie
Geschikt voor: zelfbeheer en bewonersparticipatie
- Eigendom: deelnemers zijn gezamenlijk eigenaar en nemen beslissingen democratisch
- Aansprakelijkheid: beperkt (coöperatie U.A. voorkomt persoonlijke aansprakelijkheid)
- Financiering: toegang tot subsidies en leningen via bijvoorbeeld Energie Samen
- Voor- en nadelen:
- Voordeel: hoge bewonersbetrokkenheid en zeggenschap
- Voordeel: winst wordt teruggegeven aan deelnemers
- Nadeel: vereist actieve betrokkenheid en organisatie
Wie?: Bewonersinitiatieven die zelf zeggenschap willen houden en een gezamenlijk belang hebben in duurzame energie.
Vereniging
Geschikt voor: niet-commercieel beheer en samenwerking tussen bewoners
- Eigendom: leden hebben stemrecht, maar geen individueel eigendom van de infrastructuur
- Aansprakelijkheid: bestuursleden kunnen aansprakelijk zijn, tenzij een aparte BV wordt opgericht
- Financiering: lastiger, omdat een vereniging geen winst mag uitkeren
- Voor- en nadelen:
- Voordeel: democratisch model, iedere bewoner heeft stemrecht
- Voordeel: lage oprichtingskosten en eenvoudig beheer
- Nadeel: minder aantrekkelijk voor investeerders en subsidies
- Nadeel: geen duidelijke eigendomsstructuur over het warmtenet
Wie?: Geschikt als bewoners vooral zeggenschap willen, maar geen eigenaar van het net hoeven te zijn. Dit is goed mogelijk, als enkel de bron (bronnet) wordt aangeboden. De voorbeeldwoningen in Soest verkennen deze optie.
Stichting
Geschikt voor: neutraal beheer zonder winstoogmerk
- Eigendom: stichting is eigenaar van het warmtenet en beheert het zonder winstoogmerk
- Aansprakelijkheid: bestuurders zijn in principe niet persoonlijk aansprakelijk
- Financiering: kan subsidies krijgen, maar minder aantrekkelijk voor leningen
- Voor- en nadelen:
- Voordeel: onafhankelijke en neutrale structuur
- Voordeel: stabiel en professioneel beheer mogelijk
- Nadeel: geen leden, dus weinig democratische invloed van bewoners
- Nadeel: kan minder goed eigen vermogen aantrekken
Wie?: Geschikt als een neutrale partij het net moet beheren en er geen directe zeggenschap van bewoners nodig is.
Besloten Vennootschap (BV)
Geschikt voor: commercieel beheer en samenwerking met marktpartijen
- Eigendom: aandelen kunnen in handen zijn van bewoners, bedrijven of gemeente
- Aansprakelijkheid: beperkt tot het ingebrachte kapitaal
- Financiering: kan makkelijker investeerders en leningen aantrekken
- Voor- en nadelen:
- Voordeel: goede juridische bescherming en professionele structuur
- Voordeel: kan investeringen aantrekken en winstgevend opereren
- Nadeel: bewoners hebben vaak minder invloed dan bij een coöperatie
- Nadeel: winst kan naar aandeelhouders gaan in plaats van lagere tarieven
Wie?: Geschikt als een commerciële of hybride aanpak gewenst is, bijvoorbeeld bij samenwerking met een marktpartij.
Kosten voor oprichten van organisatiestructuur
Het oprichten van een coöperatie, vereniging of stichting is niet gratis. Er zijn verschillende kosten verbonden aan het proces, waaronder:
- Notariskosten: een coöperatie moet bij de oprichting een notariële akte laten opstellen. De kosten hiervan variëren, maar liggen meestal tussen de €400 en €1.000, afhankelijk van de notaris.
- Inschrijvingskosten KvK: de coöperatie moet worden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (KvK), waarvoor een eenmalige inschrijfvergoeding van €75 geldt.
- Eventuele advies- of opstartkosten: soms is juridische of financiële begeleiding nodig, wat extra kosten met zich meebrengt.
- Lopende kosten: denk aan administratie, boekhouding, bankkosten en eventuele contributies voor brancheorganisaties.
Het oprichten van een BV is iets anders. Bij een BV heb je naast de standaarddingen zoals bij de andere organisatiestructuren ook te maken met een aandelenkapitaal. Sinds 2012 is het minimum startkapitaal slechts €0,01, maar in de praktijk storten ondernemers vaak een hoger bedrag om financiële geloofwaardigheid te tonen. Verder zijn de lopende kosten iets anders. Denk aan administratie en boekhouding, vaak verplicht een accountant, kosten vanaf €1.000 per jaar.