Welke techniek past bij een mini-warmtenet?
Er is technisch veel mogelijk! Van aquathermie tot bodemenergie of misschien zelfs zonthermie. Wat de beste optie is hangt sterk af van de wensen en voorwaarden die bewoners in de vorige stap hebben aangegeven. Er bestaan grofweg twee varianten; lichte en zware mini-warmtenetten. Omdat dit stappenplan zich beperkt tot 2-10 aansluitingen lijkt een "licht" mini-warmtenet technisch de meest logische optie op deze schaal.
Lichte en zware variant van een mini-warmtenet
Mini-warmtenetten kunnen worden onderverdeeld in lichte en zware varianten. Bij een licht mini-warmtenet delen woningen een warmtebron en iedere woning heeft een eigen warmtepomp. Dit systeem is relatief eenvoudig te realiseren en te beheren, met minder technische en organisatorische complexiteit dan de zware variant. Hierdoor kunnen bewoners sneller en laagdrempeliger overstappen op duurzame warmte.
De zware variant is een totaal ander concept. Technisch gezien is het veel complexer, omdat er een gedeelde energiecentrale nodig is. Je hebt hier ook een gemeenschappelijke technische ruimte voor nodig . Daarnaast heb je, omdat de warmte die naar de huizen getransporteerd wordt van hogere temperatuur is, zwaardere buizen nodig. Omdat het collectieve deel veel complexer is, vraagt de installatie meer beheer en kan het ook organisatorisch een grotere uitdaging vormen dan een licht warmtenet.
De keuze tussen een licht of zwaar mini-warmtenet hangt af van de wensen van de bewoners en de lokale omstandigheden. Voor grondgebonden woningen met 2-10 aansluitingen is een licht mini-warmtenet vaak een logische keuze.
De zware variant wordt alleen gekozen als daar een duidelijke reden voor is. Dat kan zijn dat de woningen niet voldoende geïsoleerd kunnen worden of dat er te weinig ruimte in de woning is voor een warmtepomp.
Zoals al eerder aangegeven, gaat deze handleiding dieper in op de lichte warmtenetten.
Technische mogelijkheden "licht" mini-warmtenet 2-10 aansluitingen
Bij een “licht” mini-warmtenet zijn er nog verschillende mogelijkheden wat betreft de techniek. Een “licht” mini-warmtenet bestaat uit een gedeelde warmtebron, leidingen naar de woningen en een warmtepomp op woningniveau. Mogelijke warmtebronnen zijn aquathermie (warmte uit oppervlaktewater), gedeelde bodemlussen of zonthermie.
Wat belangrijk is om in te zien is dat het bij een “licht” mini-warmtenet het eigenlijk altijd gaat om een ZLT (zeer lage temperatuur) 10-30°C net. Wat betekent dat er geen geïsoleerde leidingen nodig zijn. De bron bepaalt de aanvoertemperatuur naar de warmtepomp op woningniveau. In de woning wordt deze lage temperatuur met behulp van een warmtepomp opgewaardeerd naar de gewenste temperatuur voor ruimteverwarming en warm tapwater. Naast verwarmen is koelen ook steeds belangrijker. Dit kan met een zeer lage temperatuur (ZLT) warmtenet.
Wie kan me helpen met de techniek?
Dit is het moment om een deskundige partij in te schakelen die kan helpen bij het onderzoeken van de technische mogelijkheden. Zij kunnen beoordelen welke oplossingen haalbaar zijn en het beste aansluiten bij jullie situatie.
Een expert is essentieel om de potentie van de warmtebron vast te stellen en de infrastructuur en het netontwerp verder uit te werken. Bij het zoeken naar de juiste partij kan het helpen om te zoeken via lokale duurzaamheidsinitiatieven of bedrijven die gespecialiseerd zijn in warmtetechnologie. De technieken achter mini-warmtenetten is niet nieuw, maar is nog weinig uitgevoerd bij grondgebonden particuliere woningeigenaren. Zoek naar een partij met ervaring in collectieve warmtesystemen.
Let bij de selectie ook op aanvullende diensten, zoals onderhoud en storingsservice. Vraag potentiële partijen om dit mee te nemen in hun offerte, zodat je een compleet beeld krijgt van de kosten en ondersteuning op de lange termijn.
Een technische partij zal een warmteplan opstellen, een haalbaarheidsstudie uitvoeren en adviseren over de beste technische oplossingen voor jullie mini-warmtenet.
Kleine verdieping over de mogelijkheden van de bron
Mini-warmtenetten kunnen worden uitgevoerd met verschillende warmtebronnen. Voor een “licht” mini-warmtenet met 2-10 aansluitingen wordt nu vaak gekozen voor een gedeelde bodemlus of aquathermie.
Gedeelde bodemlus
Een gedeelde bodemlus onttrekt warmte uit de grond en kan meerdere woningen van energie voorzien. De diepte van de bodemlus hangt af van de lokale bodemgesteldheid, maar bedraagt maximaal 500 meter. Het water (of andere vloeistof) dat door de bodemlus stroomt, neemt de warmte op uit de bodem. In elke woning wordt deze warmte verder opgewaardeerd met behulp van een water-/water warmtepomp, zodat deze geschikt is voor ruimteverwarming en warm tapwater. Hierbij is koeling is ook mogelijk.
De boringen kunnen duur zijn en een vergunning is vaak nodig. De toepasbaarheid van een bodemlus hangt af van de bodemgesteldheid en moet vooraf bij de gemeente worden nagevraagd.
Een gedeelde bodemlus is kansrijk als er geen beperking is in bodemdiepte (300-500m). Daarnaast is het fijn wanneer de plek waar geboord moet worden makkelijk bereikbaar is om schade te beperken.
Aquathermie
Bij aquathermie wordt warmte gewonnen uit het oppervlaktewater, zoals een sloot of vijver. Het voordeel is hier dat je geen dure boring hoeft te doen. Wel is het belangrijk dat de warmtevraag voldoet aan de warmtecapaciteit van het waterlichaam. Hier is de vuist regel per 1,5 GJ/jaar warmtevraag is minimaal 1 m2 wateroppervlakte vereist.
Levering van koude is ook mogelijk. Aquathermie is wel afhankelijk van de grootte van het beschikbare wateroppervlakte. Bij een kleiner waterlichaam wordt de passieve koeling minder. Als het water in de zomer een te hoge temperatuur bereikt kan ook actief gekoeld worden met de warmtepomp. Het is mooi als je hier eigen zonnestroom voor kan gebruiken.
In het geval van aquathermie is er een warmtewisselaar nodig in een waterlichaam. Het is belangrijk dat de vergunningverlener dit goedkeurt.
- lees meer over aquathermie in de Handleiding aquathermie van verkenning tot realisatie
Waar is een mini-warmtenet (LT) mogelijk?
Waar moet een huis aan voldoen voor je begint met een mini-warmtenet? Gebruikt deze korte checklist om te zien of jullie woningen geschikt zijn of wat er nog moet gebeuren om er wel klaar voor te zijn.
1. Lage temperatuur verwarming (LT) mogelijk?
Warmtepompen werken het meest efficiënt bij lage temperaturen. Dit maakt goede isolatie van de woning essentieel om comfortabel te kunnen verwarmen zonder onnodig hoge energiekosten.
- Heb je vloerverwarming of lage temperatuur radiatoren?
- Is je woning voldoende geïsoleerd?
- Spouwmuurisolatie
- Dak- en vloerisolatie aanwezig.
- Dubbel glas, HR++ of triple glas.
- Geen grote kieren of tochtproblemen.
- Als je nu comfortabel op lage temperatuur kunt stoken (50°C of lager), is je woning geschikt.
- Op de website van Milieu Centraal vind je meer over verwarmen op lage temperatuur
Tip: Samen isoleren kan onderdeel zijn van het realiseren van een mini-warmtenet. Minder gedoe, meer resultaat.
2. Staan de woningen dicht genoeg bij elkaar?
- Een rijtjeshuis of twee-onder-een-kap woning vormeneen goed uitgangspunt. Als de huizen verder uit elkaar staan, zal dit (graaf) kosten met zich meebrengen. Gaals vuistregel uit van woningen die binnen een straal van 100 meter bij elkaar liggen
- Worden de huizen niet gescheiden door grote obstakels (zoals drukke wegen of water)?
3. Ruimte binnen voor een warmtepomp?
- Is er in de woning voldoende ruimte om de warmtepomp te plaatsen? Een water-water warmtepomp neemt ongeveer de ruimte van een koelkast in beslag.
Als je op de meeste vragen 'ja' kunt antwoorden, dan is een mini-warmtenet een optie voor jullie buurt!
Iedereen voor zichzelf vs. een mini-warmtenet
Een van je buren stelt vast dé vraag. “Waarom zou ik meedoen met een mini-warmtenet als ik ook zelf een eigen warmtepomp kan installeren? Dat scheelt me geld en gedoe, want ik ben niet afhankelijk van anderen als er iets kapot gaat.”
Deze vraag is begrijpelijk en terecht. Toch kan een mini-warmtenet samen aanleggen een betere technische optie zijn dan ieder voor zich.
Een mini-warmtenet is namelijk efficiënter in energieverbruik. Door de constantere temperatuur van het water (aquathermie) of de bodem (bodemlus) gebruikt een water-/water-warmtepomp minder stroom. Ook biedt het de mogelijkheid van passieve koeling.
Ook is er minder geluidsoverlast door gebruik van water-/water warmtepomp. Een water/water-warmtepomp veroorzaakt minder geluidsoverlast dan de standaard lucht-/waterwarmtepomp, omdat er geen buitenunit is.
Aan de andere kant is er voor een mini-warmtenet voldoende ruimte nodig en ontstaat er overlast bij het graven van de leidingen (door de tuin en of openbare ruimte). Voor de aanleg van een bodemlus is een grote kraan nodig.
Wat is belangrijk?
- Denk na over de mogelijkheden van warmtebronnen: bodemwarmte (gedeelde bodemlus), aquathermie of zonthermie.
- Schakel een technisch deskundige partij (installateur) in om te beoordelen welke oplossingen mogelijk zijn voor het mini warmtenet
- Verzamel informatie over de bestaande infrastructuur, zoals de beschikbare ruimte voor leidingen en warmtepompen. De gemeente kan je hierbij helpen
- Organiseer een overleg met de gemeente om te bepalen welke vergunningen nodig zijn en of er specifieke wet- en regelgeving van toepassing is