pratende mensen

Stap 2. Onderzoeksfase

 

Technische en economische haalbaarheid & stakeholders

In deze stap kijken we naar de haalbaarheid van het mini-warmtenet op zowel technisch als financieel vlak. Ook is het tijd om andere partijen te benaderen die de potentie van de warmtebron, infrastructuur en netontwerp in kaart kunnen brengen. We hebben al contact met onze buren en de gemeente is ook op de hoogte van ons initiatief. Nu is het tijd om verder de diepte in te duiken en de technische opties te onderzoeken, welke partijen je nodig hebt en of het financieel haalbaar is.

Welke techniek past bij een mini-warmtenet?

Er is technisch veel mogelijk! Van aquathermie tot bodemenergie of misschien zelfs zonthermie. Wat de beste optie is hangt sterk af van de wensen en voorwaarden die bewoners in de vorige stap hebben aangegeven. Er bestaan grofweg twee varianten; lichte en zware mini-warmtenetten. Omdat dit stappenplan zich beperkt tot 2-10 aansluitingen lijkt een "licht" mini-warmtenet technisch de meest logische optie op deze schaal.

Lichte en zware variant van een mini-warmtenet

Mini-warmtenetten kunnen worden onderverdeeld in lichte en zware varianten. Bij een licht mini-warmtenet delen woningen een warmtebron en iedere woning heeft een eigen warmtepomp. Dit systeem is relatief eenvoudig te realiseren en te beheren, met minder technische en organisatorische complexiteit dan de zware variant. Hierdoor kunnen bewoners sneller en laagdrempeliger overstappen op duurzame warmte. 

De zware variant is een totaal ander concept. Technisch gezien is het veel complexer, omdat er  een gedeelde energiecentrale nodig is. Je hebt hier ook een  gemeenschappelijke technische ruimte voor nodig . Daarnaast heb je, omdat de warmte die naar de huizen getransporteerd wordt van hogere temperatuur is, zwaardere buizen nodig. Omdat het collectieve deel veel complexer is, vraagt de installatie meer beheer en kan het ook organisatorisch een grotere uitdaging vormen dan een licht warmtenet. 

De keuze tussen een licht of zwaar mini-warmtenet hangt af van de wensen van de bewoners en de lokale omstandigheden. Voor  grondgebonden woningen met 2-10 aansluitingen is een licht mini-warmtenet vaak een logische keuze.

De zware variant wordt alleen gekozen als daar een duidelijke reden voor is. Dat kan zijn dat de woningen  niet voldoende geïsoleerd kunnen worden  of dat  er te weinig ruimte in de woning is voor een warmtepomp. 

Zoals al eerder aangegeven, gaat deze handleiding dieper in op de lichte warmtenetten.

Technische mogelijkheden "licht" mini-warmtenet 2-10 aansluitingen

Bij een “licht” mini-warmtenet zijn er nog verschillende mogelijkheden wat betreft de techniek. Een “licht” mini-warmtenet bestaat uit een gedeelde warmtebron, leidingen naar de woningen en een warmtepomp op woningniveau. Mogelijke warmtebronnen zijn aquathermie (warmte uit oppervlaktewater), gedeelde bodemlussen of zonthermie. 

Wat belangrijk is om in te zien is dat het bij een “licht” mini-warmtenet het eigenlijk altijd gaat om een ZLT (zeer lage temperatuur) 10-30°C net. Wat betekent dat er geen geïsoleerde leidingen nodig zijn. De bron bepaalt de aanvoertemperatuur naar de warmtepomp op woningniveau. In de woning wordt deze lage temperatuur met behulp van een warmtepomp opgewaardeerd naar de gewenste temperatuur voor ruimteverwarming en warm tapwater. Naast verwarmen is koelen ook steeds belangrijker. Dit kan met een zeer lage temperatuur (ZLT) warmtenet.

Wie kan me helpen met de techniek?

Dit is het moment om een deskundige partij in te schakelen die kan helpen bij het onderzoeken van de technische mogelijkheden. Zij kunnen beoordelen welke oplossingen haalbaar zijn en het beste aansluiten bij jullie situatie.

Een expert is essentieel om de potentie van de warmtebron vast te stellen en de infrastructuur en het netontwerp verder uit te werken. Bij het zoeken naar de juiste partij kan het helpen om te zoeken via lokale duurzaamheidsinitiatieven of bedrijven die gespecialiseerd zijn in warmtetechnologie. De technieken achter mini-warmtenetten is niet nieuw, maar is nog weinig uitgevoerd bij grondgebonden particuliere woningeigenaren. Zoek naar een partij met ervaring in collectieve warmtesystemen.

Let bij de selectie ook op aanvullende diensten, zoals onderhoud en storingsservice. Vraag potentiële partijen om dit mee te nemen in hun offerte, zodat je een compleet beeld krijgt van de kosten en ondersteuning op de lange termijn.

Een technische partij zal een warmteplan opstellen, een haalbaarheidsstudie uitvoeren en adviseren over de beste technische oplossingen voor jullie mini-warmtenet.

Kleine verdieping over de mogelijkheden van de bron

Mini-warmtenetten kunnen worden uitgevoerd met verschillende warmtebronnen. Voor een “licht” mini-warmtenet met 2-10 aansluitingen wordt nu vaak gekozen voor een gedeelde bodemlus of aquathermie. 

Gedeelde bodemlus

Een gedeelde bodemlus onttrekt warmte uit de grond en kan meerdere woningen van energie voorzien. De diepte van de bodemlus hangt af van de lokale bodemgesteldheid, maar bedraagt maximaal 500 meter. Het water (of andere vloeistof) dat door de bodemlus stroomt, neemt de warmte op uit de bodem. In elke woning wordt deze warmte verder opgewaardeerd met behulp van een water-/water warmtepomp, zodat deze geschikt is voor ruimteverwarming en warm tapwater. Hierbij is koeling is ook mogelijk. 

De boringen kunnen duur zijn en een vergunning is vaak nodig. De toepasbaarheid van een bodemlus hangt af van de bodemgesteldheid en moet vooraf bij de gemeente worden nagevraagd. 

Een gedeelde bodemlus is kansrijk als er geen beperking is in bodemdiepte (300-500m). Daarnaast is het fijn wanneer de plek waar geboord moet worden makkelijk bereikbaar is om schade te beperken.

Aquathermie

Bij aquathermie wordt warmte gewonnen uit het oppervlaktewater, zoals een sloot of vijver. Het voordeel is hier dat je geen dure boring hoeft te doen. Wel is het belangrijk dat de warmtevraag voldoet aan de warmtecapaciteit van het waterlichaam. Hier is de vuist regel per 1,5 GJ/jaar warmtevraag is minimaal 1 m2 wateroppervlakte vereist. 

Levering van koude is ook mogelijk. Aquathermie is wel afhankelijk van de grootte van het beschikbare wateroppervlakte. Bij een kleiner waterlichaam wordt de passieve koeling minder.  Als het water in de zomer een te hoge temperatuur bereikt kan ook actief gekoeld worden met de warmtepomp. Het is mooi als je hier eigen zonnestroom voor kan gebruiken. 

In het geval van aquathermie is er een warmtewisselaar nodig in een waterlichaam. Het is belangrijk dat de vergunningverlener dit goedkeurt. 

Waar is een mini-warmtenet (LT) mogelijk?

Waar moet een huis aan voldoen voor je begint met een mini-warmtenet? Gebruikt deze korte checklist om te zien of jullie woningen geschikt zijn of wat er nog moet gebeuren om er wel klaar voor te zijn. 

1. Lage temperatuur verwarming (LT) mogelijk?

Warmtepompen werken het meest efficiënt bij lage temperaturen. Dit maakt goede isolatie van de woning essentieel om comfortabel te kunnen verwarmen zonder onnodig hoge energiekosten.

  • Heb je vloerverwarming of lage temperatuur radiatoren? 
  • Is je woning voldoende geïsoleerd?
  1. Spouwmuurisolatie
  2. Dak- en vloerisolatie aanwezig.
  3. Dubbel glas, HR++ of triple glas.
  4. Geen grote kieren of tochtproblemen.
  5. Als je nu comfortabel op lage temperatuur kunt stoken (50°C of lager), is je woning geschikt.

Tip: Samen isoleren kan onderdeel zijn van het realiseren van een mini-warmtenet. Minder gedoe, meer resultaat.  

2. Staan de woningen dicht genoeg bij elkaar?

  • Een rijtjeshuis of twee-onder-een-kap woning vormeneen goed uitgangspunt. Als de huizen verder uit elkaar staan, zal dit (graaf) kosten met zich meebrengen. Gaals vuistregel uit van  woningen die binnen een straal van 100 meter bij elkaar liggen
  • Worden  de huizen niet gescheiden door grote obstakels (zoals drukke wegen of water)?

3. Ruimte binnen voor een warmtepomp?

  • Is er in de woning voldoende ruimte om de warmtepomp te plaatsen? Een water-water warmtepomp neemt ongeveer de ruimte van een koelkast in beslag. 

Als je op de meeste vragen 'ja' kunt antwoorden, dan is een mini-warmtenet een optie voor jullie buurt! 

Iedereen voor zichzelf vs. een mini-warmtenet

Een van je buren stelt vast dé vraag. “Waarom zou ik meedoen met een mini-warmtenet als ik ook zelf een eigen warmtepomp kan installeren? Dat scheelt me geld en gedoe, want ik ben niet afhankelijk van anderen als er iets kapot gaat.”

Deze vraag is begrijpelijk en terecht. Toch kan een mini-warmtenet samen aanleggen een betere technische optie zijn dan ieder voor zich.

Een mini-warmtenet is namelijk efficiënter in energieverbruik. Door de constantere temperatuur van het water (aquathermie) of de bodem (bodemlus) gebruikt een water-/water-warmtepomp minder stroom. Ook biedt het de mogelijkheid van  passieve koeling. 

Ook is er minder geluidsoverlast door gebruik van water-/water warmtepomp. Een water/water-warmtepomp veroorzaakt minder geluidsoverlast dan de standaard lucht-/waterwarmtepomp, omdat er geen buitenunit is. 

Aan de andere kant is er voor een mini-warmtenet voldoende ruimte nodig en ontstaat er overlast bij het graven van de leidingen (door de tuin en of openbare ruimte). Voor de aanleg van een bodemlus is een grote kraan nodig.

Wat is belangrijk?

  • Denk na over de mogelijkheden van warmtebronnen: bodemwarmte (gedeelde bodemlus), aquathermie of zonthermie.
  • Schakel een technisch deskundige partij (installateur) in om te beoordelen welke oplossingen mogelijk zijn voor het mini warmtenet
  • Verzamel informatie over de bestaande infrastructuur, zoals de beschikbare ruimte voor leidingen en warmtepompen. De gemeente kan je hierbij helpen
  • Organiseer een overleg met de gemeente om te bepalen welke vergunningen nodig zijn en of er specifieke wet- en regelgeving van toepassing is 

Economische haalbaarheid

Naast de technische mogelijkheden moet ook de economische haalbaarheid worden getoetst. Dit betekent dat alle kosten en baten in kaart worden gebracht om te bepalen of het mini-warmtenet financieel aantrekkelijk is voor de bewoners.

Het kan natuurlijk ook zijn dat de gemeente de aanleg van een warmtenet in de buurt, wijk of dorp plant.  In dit geval is het lastig om in algemene zin antwoord te geven of een mini-warmtenet een beter/goedkoper is. Wat je wel ziet is, voordat een gemeentelijk warmtenet daadwerkelijk  geïnstalleerd is, je al snel 10 jaar verder bent. Als je daarop niet op wil wachten, kan je kiezen voor een individuele oplossing zoals een luchtwarmtepomp of een mini-warmtenet. Dit biedt een duurzame oplossing zonder dat je zo lang hoeft te wachten. 

Een mini-warmtenet heeft voordelen zoals we al eerder hebben gezien ten opzichte van een individuele warmtepomp. Maar is complexer in organisatie. Een goed onderbouwde business case helpt bij het uiteindelijk realiseren van een mini-warmtenet. Het biedt niet alleen inzicht in de financiële haalbaarheid, maar is ook een belangrijk hulpmiddel bij het verkrijgen van subsidies of financiering.

Kosten

De belangrijkste kostenposten voor een mini-warmtenet bestaan uit de warmtebron, warmtepomp, infrastructuur, ontwikkelkosten en de installatiekosten.

Daarnaast zijn er ook nog operationele kosten. Denk hierbij aan energiekosten voor de warmtepomp, onderhoudskosten en afschrijf kosten. Houd rekening met het vervangen van apparatuur na 15-20 jaar.

Hier een lijst van kosten die je kan verwachten:

  • Aanlegkosten: kosten van gedeelde warmtebron (bijv. aquathermie of bodemlus), kosten leidingen en de installatie van alles. 
  • Onderzoekskosten: er moeten onderzoeken worden uitgevoerd om de potentie van een warmtebron en technisch haalbaarheid te onderzoeken. 
  • Aanschafkosten: elk huishouden heeft een eigen warmtepomp nodig.
  • Proceskosten of organisatorische kosten: kosten voor de technisch adviseur, of de jurist die je nodig hebt. 
  • Kosten gemeente: sommige gemeenten vragen leges voor vergunningen of eisen juridische afspraken.
  • Kosten voor extra isoleren: kosten voor de woningen isoleren naar de gewenste standaard
  • Inductie koken: je gaat met een mini-warmtenet van het gas af, dus moet je investeren in een inductiekookplaat

Wie kan je financieel helpen?

Er zijn veel kosten die je aan de voorkant maakt. Subsidies en andere financieringsmogelijkheden kunnen helpen. Het is ook een optie dat een externe partij helpt met financiering en exploitatie. Hierover  meer onder het kopje  “Zelf investeren of ontzorgd worden”. 

Subsidies en financieringsopties:

  • ISDE-subsidie: voor warmtepompen en collectieve warmtebronnen. Om in aanmerking te komen, moet:
  • Lokale subsidies: sommige gemeenten bieden extra ondersteuning, bijvoorbeeld door een lokale subsidie of duurzaamheidslening. 
  • Duurzaamheidsleningen: Via het Nationaal Warmtefonds of regionale initiatieven.
  • Extra financiële ruimte binnen je hypotheek: via het Energiebespaarbudget kan je tot 6% van je woningwaarde lenen om je woning te verduurzamen.

Baten

Wat levert het mini-warmtenet op? Een mini-warmtenet is een flinke investering, maar brengt ook voordelen met zich mee. Zoals we eerder al zagen, is een van die voordelen dat je minder geluidsoverlast hebt. Je bent daarnaast minder afhankelijk van de planning van de gemeente om aardgasvrij te worden én van nationale en internationale schommelingen in de gasprijzen. Maar ook financieel zijn er voordelen.

  • Kostenbesparing op energie: door collectief een bodemwarmtebron te gebruiken, verbruikt de warmtepomp minder stroom dan een individuele luchtwarmtepomp. Zonnepanelen helpen hier ook. 
  • Waardestijging van de woning: een energiezuinig huis kan meer waard worden

Businesscase voor een mini-warmtenet

De kosten/baten analyse maakt deel uit van de businesscase. Wat bevat een goed uitgewerkte businesscase verder nog? Een kernachtige beschrijving van de aanleiding, waarom het mini-warmtenet wordt opgezet, is essentieel. Bijvoorbeeld: "Bijdragen aan een duurzame warmtevoorziening voor de buurt en kosten besparen op de lange termijn."

Next2CCompany heeft een indicatieve business case voor mini-warmtenetten gepubliceerd waarmee je een mini-warmtenet kan vergelijken met stoken op aardgas en een individuele warmtepomp. In de meeste situaties is dit voldoende informatie en biedt het een algemeen rekenmodel om de economische haalbaarheid aan te toetsen

Hieronder staat een vereenvoudigd voorbeeld voor een business case voor een mini-warmtenet:

1. Je begint met de scope. Geef aan hoeveel aansluitingen er zijn, hoe het warmtenet er technisch uit gaat zien. Bijvoorbeeld: “ZLT -systeem met een gedeelde bodemlus.” Zorg dat iemand die er niet rechtstreeks bij betrokken is, een goed beeld kan krijgen van het project. Ook vergunningen of isolatievereisten zijn daarbij goed om te vermelden.

Tip: Betrek je buren in dit proces en zorg dat iedereen het eens is over het doel en de scope.

2. Maak een kosten en batenanalyse. Wat gaat het kosten en wat levert het je op?  

3. Bereken de terugverdientijd. Het is natuurlijk leuk om te bedenken hoe het kan gaan in meest optimistische scenario, maar probeer ook over een realistisch en pessimistisch scenario na te denken.

  • Optimistisch scenario: lage kosten, hoge besparingen, maximale subsidies waardoor de terugverdientijd kort is
  • Realistisch scenario: gemiddelde kosten en besparingen en gemiddeld subsidiebedrag, met een realistische terugverdientijd
  • Pessimistisch scenario: hogere kosten en lagere besparingen, bijvoorbeeld door onverwachte tegenvallers. De terugverdientijd van de investering is lang.

Tip: bereken per scenario de terugverdientijd en totale kosten/baten over 15-20 jaar. Ook wel Total Cost of Ownership (TCO) genoemd.

Voorbeeld TCO

Totale investering per woning: €15.000

Jaarlijkse besparing: €1.200

Terugverdientijd: €15.000 / €1.200 = 12,5 jaar

4. Onderzoek de risico’s en breng deze in kaart. Kijk waar je van een bepaald risico ook een kans kunt maken en dus op deze manier het risico kan minimaliseren. Duidelijke afspraken en garanties van leveranciers bijvoorbeeld, kunnen een goede oplossing zijn voor het risico van technisch onderhoud. 

Neem in ieder geval deze categorieën risico’s mee in je businesscase:

Technische risico’s worden in kaart gebracht door de deskundige partij, denk bijvoorbeeld aan:

  1. Bodeminterferentie bij bodemlussen
  2. Storingen in warmtepompen
  3. Gebrek aan ruimte in woningen voor plaatsen warmtepompen
  4. Gebrek aan ruimte in de ondergrond

Organisatorische risico’s:

  1. Gebrek aan samenwerking tussen bewoners
  2. Onvoldoende kennis of ervaring bij de uitvoerende partij
  3. Onduidelijkheid over vergunningsverleningsproces en/of lange doorlooptijden bij de gemeente
  4. Verhuizing van een van de buren midden in het proces

Financiële risico’s:

  1. Onvoorziene kosten tijdens de aanleg
  2. Subsidie die lager uitvalt dan verwacht of wordt niet toegekend
  3. De TCO valt hoger uit dan de levensduur van de technische installatie waardoor er geen terugverdientijd mogelijk is

Stakeholders (met welke partijen ga je werken)

Het betrekken van de juiste partijen waar je mee samenwerkt in deze fase is van groot belang om technische en financiële expertise in kaart te brengen en een solide netwerk op te bouwen. Hierbeneden tref je een overzicht aan van de belangrijkste stakeholders die je bij jouw project moet betrekken. 

Technisch deskundige partij (installateur)

Technisch deskundige partij (installateur) kan helpen bij het ontwerpen van het systeem, het kiezen van de juiste warmtebron en een inschatting geven van de kosten.

Tip: betrek een installatiebedrijf of adviseur met ervaring met collectieve warmtesystemen.

Tip: aan een offerte laten uitbrengen zit in veel gevallen geen kosten aan verbonden, maar geeft je wel meer inzicht. 

 

Gemeente

De gemeente kan ondersteuning bieden met vergunningen, subsidies en advies over mogelijk andere projecten in de buurt.

Tip: neem contact op met de afdeling energietransitie van je gemeente.

Tip: de gemeente kan vaak informatie verschaffen over subsidies en financieringen die beschikbaar zijn voor duurzame energieprojecten. Ook kan de gemeente soms zelfs extra subsidies verstrekken om collectieve energie-initiatieven te stimuleren.

  • Benodigde vergunningen: afhankelijk van het technisch concept zijn specifieke vergunningen nodig. Denk aan een graafvergunning voor het leggen van leidingen, een vergunning voor het benutten van bodem of oppervlaktewater of een vergunning voor het plaatsen van een technische ruimte of collectieve warmtepomp – afhankelijk van het bestemmingsplan. Deze vergunningen vloeien meestal voort vanuit het omgevingsplan of beleid van de lokale gemeente (bron: NPLW handreiking mini-warmtenetten)

Energiecoöperatie

Energiecoöperatie kan helpen bij de organisatorische kant, maar die is niet altijd aanwezig.

Tip: kijk welke initiatieven er in jouw gemeente zijn die je mogelijk kunnen helpen, zoals een energiecoöperatie, andere buurtinitiatieven of het energieloket.

De buren

De buren zijn misschien wel het belangrijkste om uiteindelijk het idee te laten slagen. Begin met de buren die het meeste enthousiasme tonen zij kunnen weer helpen andere te overtuigen

Tip: iedereen kan een andere reden hebben om mee te doen met het mini-warmtenet. Het is daarom belangrijk die ruimte te laten. Geld, duurzaamheid, cv was toe aan vervangen of gewoon omdat het gezellig is. 

Financiële instellingen

Financiële instellingen zoals banken als Rabobank en Triodos hebben interesse getoond in de financiering van mini-warmtenetten en kunnen helpen met projectfinanciering.

Tip: benader het Warmtefonds voor financiering en het Energiefonds als je op zoek bent naar aanvullende publieke financiering voor moeilijk financierbare projecten

Meer lezen over technische haalbaarheid van mini-warmtenetten:

Verder naar de volgende fase

Of ga terug

Gebruik de navigatie bovenaan de pagina voor een overzicht van alle fasen

Op de hoogte blijven?

Ontvang tips, artikelen, nieuws en meer! Geef hieronder aan welk thema je voorkeur heeft.

Lijsten